Zestien jaar geleden kwam hij mijn leven binnengewandeld. Tall, dark & handsome. Hij stelde zich niet voor maar geruchten gingen dat hij Willem heette. Met een arrogante blik keek hij de wereld in en was de schrik van de straat. Slapen deed hij in de koekoek van mijn souterrain. Ik wist dat hij er was wanneer ik de blaadjes hoorde ritselen.
Er kwam een man in mijn leven. Een jaar later trokken wij bij Willem in. Willem woonde namelijk aan de overkant en had een heerlijk huis boven de grond. Drie geboortes heeft hij meegemaakt, ze waren hem allemaal even lief. En zij hem ook. Slapen deed hij op twee plekken: onder de trap bij de voordeur of tegen mij aan.
Nu hebben we afscheid van hem moeten nemen, een tumor in zijn lever had hem zo verzwakt dat hij wegkroop onder het fornuis. Even hoopte ik dat we hem daar vanochtend dood zouden vinden, rustig overleden in zijn eigen huis. Maar het is en blijft een taaie. Een val van het balkon had hij al eens doorstaan. We grapten altijd dat hij nooit mee kon vliegen omdat hij vanwege die stalen pin in zijn heup niet door de metaaldetector zou komen.
Nu moeten we hem de rust gunnen. Het voelt zo dubbel. Maar hij heeft nu een mooi plekje, in een door de kinderen beschilderd kistje onder zijn struik in de voortuin. Zijn lievelingsplekje als het heel warm was. De buurt gaat hem missen en wij nog het meest.
Dag lieve Willem. Slaap lekker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten